Details
300 p.
Besprekingen
De Standaard
Ela, een voormalig cipier met een fascinatie voor ontsnappingen, heeft met het oog op een boek over dat onderwerp een hoop materiaal verzameld, maar ze besluit om haar knipsels en notities weg te gooien. Die tabula rasa is symbolisch: na vele lezingen en een verhalenbundel over gedetineerden wil ze over haar eigen leven schrijven en zo zichzelf bevrijden.
Dat is het uitgangspunt van de debuutroman van Ester Naomi Perquin, veelvuldig bekroond dichter, onder andere van de bundel Celinspecties (2012) waarin ze haar ervaringen als bewaker in een penitentiaire inrichting verwerkte. Niet alleen die job deelt de auteur met haar hoofdpersonage, ook de vroeg gestorven vader en het kind dat ze op latere leeftijd kreeg. En het project waarmee ze in het reine probeert te komen met haar verleden, dus.
Maar Tot alles in beweging komt is meer dan de zoveelste autobiografische roman. De passages over zwangerschap en de geboorte van de dochter passen in de tendens van reflecties over moederschap; de uitgebreide beschrijving van hoe het eraan toegaat in de bajes opent een onbekende wereld en bevat een niet mis te verstane kritiek op het gevangeniswezen. Daarnaast gaat het boek over de helende kracht van vertellen, behandelt het de grens tussen feit en fictie, en worden er vragen gesteld over de ethische implicaties van autobiografisch schrijven: in hoeverre mag de schrijver aan de haal gaan met het verhaal van naasten?
Precieuze taal
Dat resulteert in een lappendeken aan anekdotes over Ela's jeugd, haar vader, haar opleiding en werk als gevangenisbewaker, de verhouding waar ze uit stapt en de relatie waar ze in stapt, de zwangerschap van haar derde kind, en de bijeenkomst waarin een familiegeheim eindelijk uitgesproken wordt. Tussendoor worden dossiers van gevangenen besproken en de hoofdstukken worden van elkaar gescheiden door markante ontsnappingsverhalen uit Ela's archief.
Het leidt tot een roman met de densiteit van een gedicht, die ook een aantal principes hanteert die typisch zijn voor poëzie, zoals associaties, parallellen tussen de verschillende verhalen en betekenisclusters (gevangenschap, bijvoorbeeld - iedereen in deze roman blijkt op een of andere manier opgesloten te zitten: de vader lijdt aan het locked-insyndroom, de broer woont in een instelling, zelf zit Ela gevangen in een toxische relatie, en de familie wordt gegijzeld door een duister verleden waarover gezwegen wordt). Ook de taalbehandeling is een stuk precieuzer dan in de doorsnee roman. Tot alles in beweging komt bevat herhaling en structuurparallellen in de opbouw, en prachtige observaties en formuleringen met aforistische kracht zoals deze: “Praten over stilte is alsof je een zaklamp op een donker hoekje richt om de schaduw aan te wijzen.”
Perquin levert met Tot alles in beweging komt een ambitieuze, misschien wel overambitieuze roman af. Door de vele thema's gaat het de lezer weleens duizelen en sommige verhalen zijn door een hang naar nauwkeurige beschrijving en detail erg uitgesponnen. Daardoor verdwijnen de vaart en de spanning soms. Dan wil je even ontsnappen, maar Perquin houdt je toch tot het einde geboeid.
De Volkskrant
Niemand herinnert zich hoe het was, maar de baarmoeder wordt voorgesteld als de veiligste en meest geborgen plek ter wereld. Een warme bubbel waarin je negen maanden volkomen relaxed rondbuitelt. In een poging die sensatie te herbeleven kun je in sommige wellnesscentra in een eivormige, afgesloten badkuip kruipen.
Ik heb het weleens gedaan en werd bevangen door claustrofobie.
Als je het cynisch wilt bekijken: de baarmoeder is een cel met zeer beperkte bewegingsruimte. Je hebt geen zeggenschap over wanneer je erin komt, en ook niet wanneer je er precies uitkomt.
Ik kom hierop niet alleen omdat ik zelf zwanger ben (dit is voorlopig mijn laatste stuk, ik meld me na mijn verlof weer), maar vooral door Tot alles in beweging komt van Ester Naomi Perquin (1980), een persoonlijke debuutroman waarin ze zwangerschap vervlecht met gevangenschap.
Perquin debuteerde in 2007 met de dichtbundel Servetten halfstok, werd een paar jaar later Dichter des Vaderlands en won zo'n beetje alle poëzieprijzen. Voor Celinspecties, over gedetineerden die ze leerde kennen toen ze als gevangenisbewaarder werkte, kreeg ze de VSB Poëzieprijs. In die bundel suggereerde ze al zijdelings dat zwangerschap en gevangenschap helemaal niet ver van elkaar af staan: 'De buik een bolwerk van verzet (...) zulk authentiek geweld, die buik waarin de hele wereld plaats zou kunnen nemen.'
Hoofdpersoon Ela, schrijver, is in verwachting en probeert zichzelf met de aanschaf van schattige rompertjes in een maternale stemming te brengen. Maar haar gedachten dwalen steeds af naar gruwelijke zinnetjes die zich tijdens haar tijd als gevangenisbewaarder, jaren eerder, in haar hoofd hebben vastgezet. 'Dat ze zo bang was maakte me geil', 'Mijn maat hield haar beentjes uit elkaar en ik ging als eerste', 'We besloten ze allebei in de kuil te gooien.'
Het zijn uitspraken van mannen, moordenaars, bijna altijd met vrouwen of meisjes als slachtoffer. Dat Ela nu een dochter verwacht, een meisje dat later hopelijk het ergste bespaard blijft maar hoe dan ook een keer ten prooi zal vallen aan broeierige blikken en hebberige handen, maakt het er niet makkelijker op. Ze stopt rigoureus met het schrijven van haar 'ontsnappingsboek', over 'mensen die hun lot wisten te ontlopen', wetende dat ze eigenlijk het tegenovergestelde moet schrijven: over mensen die gevangen zitten.
Letterlijk, in de gevangenis, maar ook figuurlijk, in een rol, zoals Ela's moeder, voor wie het moederschap een vervelende plicht is. Gevangen in je hoofd, zoals Ela's psychotische broertje, of in je lichaam, zoals Ela's vader met het locked-insyndroom.
Maar daarover schrijven is aan de poorten van de familiegeschiedenis morrelen, en wil Ela dat wel? Want dan moet ze ook schrijven over haar vader die stierf toen ze nog maar een kind was. Voordat hij aan zijn bed gekluisterd raakte, was hij een geweldige, figuurzagende, knikkerbaanbouwende vader. Een opgehemelde held die achteraf een heel duistere kant bleek te hebben. 'Niet alles is van jou', bijt haar oudere broer haar toe als ze hem over haar schrijfplannen vertelt.
Vijf jaar lang lukt het Ela niet van al haar herinneringen, notities en ervaringen één geheel te maken. Dat haar moeder zich misschien niet voor niets uit het gezinsleven terugtrok, dat haar broertje niet zomaar psychotisch geworden is, dat zijzelf niet toevallig op haar 17de wordt ingepalmd door een veel oudere, manipulatieve man, dat haar motivatie daarna cipier te worden mogelijk niet geheel zuiver is, dat dit alles waarschijnlijk samenhangt met een 'herinnering in de vorm van een vader en een kind', samen op het grote bed, de gordijnen bijna helemaal dichtgeschoven, dát is niet te verdragen.
Maar als Ela op een dag, tijdens een treinreisje, een man indringend onder het opgeschorte rokje van haar inmiddels 5 jaar oude dochter ziet kijken - waarmee hij het kind in feite nu al seksueel ketent - weet ze dat het tijd is om te gaan schrijven. Heel misschien kan schrijven over gevangenschap wel tot bevrijding leiden. Je zit vast 'tot alles in beweging komt', om maar even cruijffiaans naar de titel te verwijzen.
De samenhang die Ela zo vreesde, heeft Perquin in deze roman gevonden en aanvaard. Ze benoemt niks expliciet, zoals ik nu doe in dit stuk, maar legt simpelweg de verschillende lagen over elkaar, waarna die als vanzelf een verbinding aangaan. Dat kan twee dingen betekenen: of alles hangt écht samen, of Perquin heeft haar proza zo bewerkt dat het rijp is voor deze schijnbaar organische samensmelting.
Ze begrijpt dat je een lezer alleen het grotere geheel kunt laten zien als je 'm nergens met z'n neus bovenop duwt. Perquin presenteert haar canvas met een zwierig stapje achteruit, subtiel en zelfverzekerd, alsof dit niet haar eerste, maar zoveelste roman is.
Een roman vol vaak tragikomische beschrijvingen van het gevangeniswezen, jeugdherinneringen en prettige overpeinzingen over het moederschap. Zoals deze: 'Mijn beslissing om weer moeder te worden, dat wat ik een beslissing ben gaan noemen, is hormonaal, vochtig en doortrokken van vage, hoopvolle geuren; lavendel, seringenzeep, anijsmelk, wol, zongedroogd katoen. Hoe valt zo'n verlangen, een vormeloze klont van hunkering, anders te interpreteren dan als gelijke delen regressie en overmoed? Er zit een vorm van optimisme in die ik niet eens kan onderbouwen, een vorm van naïviteit die ik me zelden permitteer. In feite is het één groot 'we zien wel' dat ik in vrijwel alle andere situaties als dom of gevaarlijk zou beschouwen.'
Daar heb ik voorlopig niks aan toe te voegen.