Details
319 p.
Besprekingen
De Standaard
Op de eerste bladzijde van Dood en levend zet Zadie Smith de deur voor de lezer wijdopen. Het staat ons vrij, schrijft ze, om stukken over te slaan en het oneens te zijn met wat ze schrijft. Maar, benadrukt de auteur van Charlatan , ze heeft er alles aan gedaan opdat de lezer zich welkom zou voelen door zo helder mogelijk te schrijven en zelfs voetnoten toe te voegen waar een redenering een extra wegwijzer kan gebruiken.
Zo'n nederige verwelkoming lijkt misschien wat veel van het goede, maar ze sluit aan bij Smiths visie op essayistiek. De essays in deze nieuwe verzameling zijn gegroepeerd onder vijf hoofdingen: Beschouwen, Bezinnen, Herbezinnen, Rouwen en Opbiechten. Smith heeft haar handelsmerk gemaakt van persoonlijke reflecties op maatschappelijke fenomenen, waarbij ze graag vertrekt van haar fascinatie of bewondering voor een kunstwerk of specifieke kunstenaar, van Joan Didion over Hilary Mantel tot Stormzy.
Meer dan in haar vorige essaybundels Ik heb mij bedacht , Overpeinzingen en Voel je vrij laat ze zich in Dood en levend (onvermijdelijk?) inspireren door politieke ontwikkelingen, zoals de herverkiezing van Trump en de oorlog in Gaza. Het doet haar nadenken over haar positie, als mens en als auteur van romans en essays.
Boomers
In een recente bijdrage voor The New Yorker (die niet is opgenomen in deze bundel) legt Zadie Smith uit hoe ze essays leerde schrijven en wat ze ermee beoogt. “ That's what the practice of essaying is, to me: a stumbling attempt to re-create, in language, a common space, one that is open to all (…) without demanding to see anyone's identifying papers in the opening paragraph. ”
Tegelijk maakt ze geen geheim van de vier stevige -ismes die haar hebben gevormd: existentialisme, feminisme, socialisme en humanisme. Vier lenzen die doorheen de tijd voortdurend anders zijn gaan wegen, net zoals de 'ik' die Smith opvoert altijd in beweging blijft: “ I was very single and very married. I've been poor, middle class and wealthy … ”
Smith zet taal en toon in om een zo divers mogelijk lezerspubliek te bereiken, op zoek naar een vorm van solidariteit tussen mensen met uiteenlopende levens, ervaringen en overtuigingen. Het essay naar voren schuiven als mogelijke 'common ground' om van gedachten te wisselen, is natuurlijk een statement op een moment dat het publieke debat polariseert.
In haar essay over Tár (2022), de film van Todd Field, zoomt Smith in op de generatiekloof tussen het hoofdpersonage, de fictieve dirigent Lydia Tár (net als Zadie Smith een gen X'er, zij het in volle midlifecrisis), en haar studenten (millennials en gen Z'ers). “De jongeren hebben altijd gelijk met hun verwijten aan ouderen. De boomers hadden gelijk over de vooroorlogse generatie (getraumatiseerd, emotioneel blijven steken); wij hadden gelijk over de boomers (hypocriete ijdeltuiten); de millennials hebben gelijk over ons (onbeduidend, politieke onbenullen). (…) In die strijd tussen de generaties hebben ze tot nu toe steeds gelijk gehad, zoals dat voor elke generatie op haar eigen manier geldt. Het enige wat ze missen is dat ene essentiële brokje informatie over de tijd en het verstrijken ervan: hoe het voelt.”
Je hoeft het niet met al Smiths beweringen eens te zijn om er denkplezier aan te beleven. Of in de woorden van de auteur zelf: je hoeft je niet in alles te herkennen, zolang je je als lezer maar erkend voelt, zolang er maar een uitwisseling ontstaat.
Met gezag
Ook in haar tekst over de studentenprotesten tegen de oorlog in Gaza speelt het generatieverschil een rol, al ligt de focus vooral op het splijtende effect van slogans. Smith bewondert de “heldhaftige studenten” die met hun acties het risico nemen gearresteerd te worden. In het licht daarvan stelt ze haar eigen houding in vraag: welke risico's is zijzelf bereid te nemen, of het nu gaat over de toekomst van Gaza of die van het klimaat en dus de hele planeet?
Tegelijk analyseert Smith hoe tijdens de Gazaprotesten simplistische standpunten sjibbolets worden. Taal en retoriek groeien uit tot “massavernietigingswapens”, waarbij het belang van het innemen van de “juiste morele positie” ten koste gaat van het pleidooi voor een staakt-het-vuren dat vele levens kan redden. Dat ze vanwege dat standpunt mogelijk wordt weggezet als “misleide socialist, tandeloze humanist, naïeve romancier …” neemt Smith voor lief.
Er valt elke keer opnieuw heel wat te ontdekken in de essays van Zadie Smith: een onverwachte kijk op bekend werk (Philip Roth) of een verrassende introductie op het oeuvre van een kunstenaar ( Toyin Ojih Odutola). Ze ontlokt de lezer zo geregeld glimlachjes, al lijkt ze zich steeds minder te verschuilen achter haar ontwapenende, zelfrelativerende humor. Ze heeft leren “schrijven met gezag”, met dank aan Joan Didion, zo blijkt uit haar essay 'Het omgekeerde van magisch denken'. Smith houdt de deur gastvrij open, aan ons om de uitnodiging te aanvaarden en de gedachtewisseling aan te gaan.